Psittacula eupatria & Psittacula krameri: het vijfvoudige SL ino (Lutino) mysterie
24/03/2026
Vijf genetisch onderscheidbare SL ino-mutaties. Eén identiek Lutino-fenotype. Hoe NeorniLab ze uit elkaar haalt met DNA-analyse.
24/03/2026
Vijf genetisch onderscheidbare SL ino-mutaties. Eén identiek Lutino-fenotype. Hoe NeorniLab ze uit elkaar haalt met DNA-analyse.
Alle lutino's zien er hetzelfde uit. Bleekgeel verenkleed, rode ogen, gele slagpennen. Toch vertellen hun genen een ander verhaal.
Bij de Grote alexanderparkiet (Psittacula eupatria) en de Halsbandparkiet (Psittacula krameri) hebben wij tot op heden vijf genetisch onderscheidbare SL ino-mutaties in kaart gebracht, elk op een andere positie in hetzelfde gen, en elk met een eigen verhaal. Visueel één beeld, genetisch vijf.
Een lutino ontstaat doordat een enzym dat eumelanine (het donkere pigment) aanmaakt, wordt aangetast, terwijl het psittacofulvine (het geel-rode pigment) intact blijft. Het resultaat is visueel bij alle vijf SL ino-mutaties identiek: een gele vogel met rode ogen. Genetisch daarentegen zijn het vijf onafhankelijke genotypische varianten, elk op een andere positie in het gen. Alleen een DNA-analyse kan ze uit elkaar halen.
Alle vijf SL ino-mutaties erven geslachtsgebonden recessief over. De "SL" in de naam verwijst naar sex-linked: de mutatie zit op het Z-geslachtschromosoom.
Bij vogels is het geslachtschromosomenpatroon het omgekeerde van zoogdieren:
Wij nummeren de ino-mutaties bij de Psittacula eupatria en de Psittacula krameri doorlopend door, in volgorde van ontdekking en omdat beide soorten genetisch sterk met elkaar verweven zijn geraakt. Alle vijf de mutaties geven homozygoot het klassieke lutino-fenotype.
Vraag een gerichte DNA-analyse aan en kom alles te weten over het DNA van uw vogel
De positie van elke mutatie in het gen en het voorspelde effect op het eiwit laten ons toe om met zekerheid te stellen dat elke allelische compound heterozygote combinatie (bijvoorbeeld SL ino1 / SL ino2) bij een mannelijke vogel ook het lutino-fenotype geeft. In de praktijk hebben wij nog geen compound heterozygote vogels getest, maar dat verandert niets aan de voorspelling: élk van de vijf mutaties geeft homozygoot een lutino, dus een combinatie van twee verschillende SL ino-mutaties zal genetisch gezien ook een lutino opleveren.
Voor u als kweker verandert dit fenotypisch weinig: de vogel is en blijft een lutino. Genetisch geeft het wél een aanwijzing. Een man die het genotype SL ino1 / SL ino3 zou blijken te hebben, bijvoorbeeld, is een indirect signaal van inkruising tussen beide soorten. Dat kan in gevangenschap of in het wild zijn gebeurd. Sluitend bewijs levert het niet, want een mutatie kan in theorie ook onafhankelijk ontstaan, al is die kans bijzonder klein. Het blijft wel een sterke aanwijzing.
SL ino erft geslachtsgebonden recessief. Enkele veelvoorkomende koppelscenario's:
| Koppeling | Mannen | Poppen |
|---|---|---|
| Split man × wildtype pop | 50% split, 50% wildtype | 50% lutino, 50% wildtype |
| Lutino man × wildtype pop | 100% split | 100% lutino |
| Split man × lutino pop | 50% split, 50% lutino | 50% lutino, 50% wildtype |
| Lutino man × lutino pop | 100% lutino | 100% lutino |
Een gerichte SL ino-screening zet uw kweekplanning op stevige grond. Concreet:
Voor onze SL ino5-studie werken onze onderzoekers op dit moment de laatste bevestiging af. Daarvoor zijn geen extra stalen nodig.
Benieuwd hoe het zit met andere mutaties bij de Grote alexanderparkiet? Lees dan ook onze blogpost over de blauwreeks.
Contacteer ons!
Deze website maakt gebruik van functionele cookies die minimaal nodig zijn om de website goed te laten werken. Daarnaast zijn er ook nog extra cookies. Zij brengen, volledig anoniem, jouw gebruik in kaart voor analyse en onderzoek.
Klik hier voor ons privacy- en cookiebeleidOptimaliseren advertenties op basis van jouw surfgedrag en zorgen voor een optimale wisselwerking met sociale media zoals Youtube, Twitter, Facebook of Instagram.